Een vonnis dat leest als een filmscript: 3 inzichten

Het is dan ook niet geheel verwonderlijk dat deze rechtszaak gaat over een film. De film in kwestie is Lucca Mortis en de beoogde hoofdrolspeler is niemand minder dan Morgan Freeman. De zaak speelt tussen filmregisseur Peter Greenaway (in het vonnis “X” genoemd) en filmproducent Kees Kasander (althans zijn bedrijf, de Engelse vennootschap Cinatura). Kasander wordt vanwege de anonimiseringsrichtlijnen van de rechtspraak in het vonnis “Z” genoemd.

 

Welke rechter mag oordelen over dit internationaal geschil over een film?

Allereerst gaat de rechtbank in haar oordeel in op de vraag welke rechter van toepassing is als het gaat tussen een Nederlandse en een in Engeland gevestigde partij. Cinatura beroept zich namelijk op de onbevoegdheid van de Nederlandse rechter, omdat zij in Engeland gevestigd is. Vanwege de #Brexit kijkt de rechter daarbij niet meer naar de Europese regels, maar alleen naar de Nederlandse wet.

 

Onrechtmatige daad

Een van de stellingen die de eisende partij, filmregisseur X, naar voren heeft gebracht, is dat er sprake is van een onrechtmatige daad. Die onrechtmatige daad bestaat er volgens X uit dat de producent hem in de tang houdt door de film zelf niet te maken, terwijl hij de rechten ook niet aan een andere partij wil overdragen, zodat die andere partij de film kan maken. Onder omstandigheden kan dit als onrechtmatig worden aangemerkt.

 

Rechtsmacht

Bij een onrechtmatige daad heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht om over een geschil te oordelen, als een ‘schadebrengend feit’ zich in Nederland voordoet of voor kan doen. De rechter vindt dat hier sprake van is, omdat filmregisseur X in Nederland woont en de situatie zich voordoet dat hij de film hier niet kan maken. Daardoor kan er hier schade intreden. Daarom is de Nederlandse rechter bevoegd.

 

Wat was er aan de hand?

  • De schrijver / regisseur heeft in 2018 het scenario voor Lucca Mortis geschreven en legde dit aan de producent voor. Partijen werken al sinds 1985 (bijna) exclusief met elkaar samen.
  • In 2018 / 2019 beginnen de voorbereidingen. De producent legt bijvoorbeeld in het voorjaar van 2019 contact met het management van de acteur Morgan Freeman.
  • Belangrijk is dat producent Z aan regisseur X een mail stuurt waarin hij schrijft: “As always X, if you have an other producer in mind to take the projects over, I will help anyway I can. I hope that all these films get made.
  • Tegen betaling van € 100.000 zou X zijn rechten op het script aan Z overdragen en mocht X de film regisseren.
  • Freeman stelde (zoals vaker voorkomend) de eis dat eerst de contracten tussen de regisseur en de producent werden gesloten en de rechten werden geregeld, voordat hij zich aan het project zou committeren.
  • X heeft daarna getekend. Maar toen begon het gedonderd…
  • Z stelt dat de subsidies en fondsen opdrogen en productietermijnen moeten opschuiven. Dat is natuurlijk niet heel handig met een populaire acteur als Freeman.
  • Verder heeft Z problemen met financiering, omdat hij wordt achtervolgd door een slechte reputatie door onder meer een wel gefinancierde, maar niet afgemaakte film (dat vinden financiers en andere partijen doorgaans niet chill).
  • Inmiddels blijkt dat X blut is en ook niet meer echt de productionele slagkracht heeft die hij ooit heeft gehad.
  • Freeman plant (geheel begrijpelijk) ook andere projecten in en wil alleen meewerken als er $ 1.5 miljoen op een derdengeldenrekening wordt gestort. Leuk feitje; dan weet je dus ook wat hij per film vangt, al gaan daar nog wel agency-kosten vanaf, gok ik.
  • X heeft inmiddels in Zwitserland een andere maatschappij gevonden die de film kan financieren. X vraagt daarom aan Z / Cinatura of de rechten aan deze maatschappij kunnen worden overgedragen, zodat zij met de film aan de slag kunnen.
  • Z mailt X en schrijft onder meer: “No offer have been made by Facing East [SP: de nieuwe maatschappij] to me, I am affraid. (…) But I am happy to help anyway I can as long as I am respected and treated wel. (…)
  • Z vindt daarna dat hij te weinig geld krijgt aangeboden en dat hij opeens toch geld heeft voor Freeman. Maar het blijft vaag en daarom ontstaat er gesteggel over het geld, de voorwaarden (onder meer dat Morgan Freeman volledige controle over de film zou krijgen) en de contracten. Dan klapt de boel.
  • X vernietigt de scenario-overeenkomst (inclusief de overdracht van rechten) op grond van dwaling en/of bedrog en/of artikel 25f lid 2 van de Auteurswet (de vernietiging van onredelijke afspraken in een contract).
  • Facing East, de nieuwe financier, topt de fittie af door een mail te sturen waarin zij stellen genoeg money’s te hebben om de film in productie te laten gaan en dat Morgan Freeman aan boord is.
  • Z kon zelfs € 150.000 krijgen als hij de rechten teruggaf aan X / Facing East. Dit heeft hij niet geaccepteerd.
  • X start een kort geding en wil (onder meer) zijn rechten terug.

 

In strijd handelen met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt

Onrechtmatig handelen bestaat niet alleen uit het handelen in strijd met een overeenkomst of de wet. Het kan ook bestaan uit handelen in strijd met wat redelijk is naar elkaar. In het tweede lid van artikel 162 van het 6e Burgerlijk Wetboek staat deze grond expliciet vermeld als wijze van onrechtmatig handelen:

 

“Artikel 162

  1. Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, is verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden.
  2. Als onrechtmatige daad worden aangemerkt een inbreuk op een recht en een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, een en ander behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond.
  3. Een onrechtmatige daad kan aan de dader worden toegerekend, indien zij te wijten is aan zijn schuld of aan een oorzaak welke krachtens de wet of de in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt.”

 

Gevolgen van onrechtmatig handelen en het vonnis over de film

De rechter is een beetje klaar met het wanbeleid, vage gepraat en de loze beloftes van Z. De rechter oordeelt dat er sprake is van een onrechtmatige daad van Z en vervolgens dat Z de rechten moet terug-overdragen aan X, zodat X de rechten kan overdragen aan een andere partij die de film gaat maken (of althans; financieert). Zo wordt voorkomen dat de scenarioschrijver van Lucca Mortis, inmiddels 80 lentes oud, niets meer met de film kan doen.

 

Normaliter is er voor zo’n levering van auteursrecht (of naburig recht – zoals masterrechten) een leveringsakte nodig. Dit volgt uit artikel 2 lid 3 van de Auteurswet. Daarin staat:

“De levering vereist voor gehele of gedeeltelijke overdracht, alsmede de verlening van een exclusieve licentie, geschiedt bij een daartoe bestemde akte. De overdracht of de verlening van een exclusieve licentie omvat alleen die bevoegdheden die in de akte staan vermeld of die uit de aard en de strekking van de titel of licentieverlening noodzakelijkerwijs voortvloeien.”

 

Om de zaak niet op dit punt te laten stagneren, oordeelt de rechter dat Cinatura heel rap aan het ondertekenen van die akte moet voldoen en dat het vonnis als toestemming voor de teruglevering geldt, als Cinatura niet binnen 2 dagen ondertekent. Mooi praktisch benaderd van de rechter.

 

Staat Cinatura van Z dan met lege handen? Niet helemaal, want zij moet wel een vergoeding krijgen van X voor de redelijke kosten die in de voorbereiding van het maken van de film zijn gemaakt.

 

Proceskostenveroordeling

Beide partijen moeten hun eigen proceskosten dragen. Dat pakt goed uit voor Z, want allereerst is geoordeeld dat er geen sprake is van een inbreuk op het auteursrecht van X. Dit zou ertoe hebben geleid dat Z zo’n beetje alle advocaatkosten van X had moeten betalen. Die kosten lopen in dit soort geschillen vaak hoog op.

 

Film met een happy end?

Daarnaast worden beide partijen in het ongelijk gesteld en moet iedere partij dus de eigen proceskosten dragen. Dat is balen voor X, want die had de zaak aangespannen. Waarschijnlijk met de verwachting volledig te winnen en dus in de kosten te worden gecompenseerd. Het ‘gelijkspel’ zorgt er dus voor dat Z niet ook nog eens de kosten van X moet betalen.

 

Drie lessen uit deze filmrechtszaak

  1. Kijk bij een internationaal geschil welke EU-regels gelden op het gebied van rechtsmacht van de rechter. Bij zaken tegen Engelse partijen, die dus geen deel meer uitmaken van de EU, kan het zijn dat de Nederlandse rechter alsnog bevoegd is om naar het geschil te kijken. Dit is bijvoorbeeld het geval als een schadebrengend feit zich hier voordoet of voor kan doen.
  2. Onredelijk handelen kan ook als onrechtmatige daad worden gekwalificeerd. Wat precies redelijk of onredelijk is, hangt af van het geval en de omstandigheden. Er kan worden gekeken naar de kans dat een bepaalde gedraging schade toebrengt aan iemand anders en onder meer hoe ernstig de gevolgen zijn.
  3. Eis niet teveel. Als je teveel eist of met hagel schiet in een rechtszaak, dan kan het zijn dat je vordering voor een deel wordt afgewezen. Die afwijzing kan ertoe leiden dat de rechter vindt dat de zaak toch in een soort gelijkspel eindigt. Dat gelijkspel kan ertoe leiden dat partijen hun proceskosten zelf moeten betalen. Normaliter moet de verliezer een deel van de kosten vergoeden aan de partij die grotendeels in het gelijk wordt gesteld. Bij zaken die gaan om de inbreuk op intellectueel eigendom is dat zelfs vaak het grootste deel van de kosten. Bij een ‘normaal’ kort geding kan dat oplopen tot € 15.000! Hoe ingewikkelder de zaak, hoe hoger de kostenveroordeling.

 

Je leest het hele vonnis hier.

 

Dit bericht delen:

Facebook
Twitter
LinkedIn
Pinterest
Reddit
Tumblr
WhatsApp
Email

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

SANDER PETIT LL.M

Foto: Wouter Wolfkamp (Nortoir)

RECENTE BERICHTEN

SOCIALS